Communiceren met buitenaardse wezens
Stel dat er levende wezens zijn, die niet op onze aarde wonen. Stel, dat we ze tegenkomen. Hoe gaan we dan met hen communiceren? Er zijn enkele vragen het overdenken waard.
A.E.Veltstra
Hoensbroek, 19-12-2000
Bijvoorbeeld de vraag, hoe we kunnen herkennen hoe buitenaardse wezen communiceren. We kunnen niet met hen communiceren als we niet weten hoe zij het zelf doen. Pas als we herkennen hoe ze communiceren, kunnen we beginnen met het maken van een vertaalmechanisme.
Wij communiceren bijvoorbeeld met tekst, met klanken, met mengsels van kleur en licht die we televisie en video noemen, met lichamelijke bewegingen. De meeste dieren schijnen ook met behulp van geur te communiceren, terwijl die mogelijkheid bij ons onderontwikkeld lijkt te zijn. Het grootste deel van menselijke communicatie lijkt gebaseerd te zijn op het vermogen om te zien. Hoe moeilijk is het leven van een blinde? Kunnen planten communiceren, terwijl zij geen ogen hebben? Is er serieus onderzoek gedaan naar de intelligentie en de communicatie van aardse wezens zonder gezichtsvermogen? Er zijn vissoorten met lichtreceptoren, maar zonder ogen. Zij herkennen verschillende kleuren en lichtsterkten. Zij reageren ondermeer op de snelheid waarmee de kleuren elkaar afwisselen. Zijn zij intelligent? Communiceren zij?
Dat roept meteen de volgende vraag op. Als we buitenaardse wezens tegenkomen, kunnen wij eigenlijk wel herkennen dat zij communiceren? Deze vraag valt uiteen in twee delen: zijn wij intelligent genoeg om te herkennen of zij communiceren, en zijn zij intelligent genoeg om te communiceren?
We hebben gemerkt dat vele dieren met geluid communiceren, maar het feit dat we dat gemerkt hebben kan best tot stand gekomen zijn doordat wijzelf met geluid communiceren. Misschien meenden wij lange tijd dat wij de enige wezens waren die konden communiceren. Van enkele vissoorten is bekend dat zij hun huidskleur kunnen veranderen. Schijnbaar gebruiken zij dat als communicatiemiddel. Ook onze huidskleur verandert, maar dat gebeurt vrij automatisch, afhankelijk van onze gemoedstoestand. Deze veranderingen zijn eerder mechanisch dan vrijwillig. Waarschijnlijk hadden deze kleurwisselingen in vroeger tijden een groter belang. Nu merken we alleen de grootste veranderingen op: iemand bloost, of ziet lijkbleek. Hoe kunnen we weten of de vissen die van huidskleur veranderen dit mechanisch of vrijwillig doen?
Wij schijnen geneigd te zijn communicatie aan intelligentie te koppelen. Tevens schijnen we het vooroordeel te koesteren dat vissen niet intelligent genoeg zijn om te communiceren, waaruit we algauw de conclusie lijken te trekken dat hun huidskleurveranderingen geen vrijwillige acties zijn. Moet je intelligent zijn om te communiceren of ben je intelligent als je communiceert? Mij is nog geen onderzoek bekend, dat van dolfijnen, waarvan we schijnen te menen dat zij minstens zo intelligent zijn als wijzelf, bewijst dat de geluiden die zij gebruiken wel een taal vormen, die om te zetten is in een communicatiemiddel dat door ons begrepen kan worden.
De derde vraag die gesteld moet worden, is of de buitenaardse wezens ons interessant genoeg vinden om mee te communiceren. Als zij ons net zo interessant vinden als ik het vuil onder mijn schoenen, zullen ze geen contact zoeken. Als ze geen reden zien om te communiceren zijn wij de roependen in de woestijn.
Tot nog toe schijnen wijzelf degenen te zijn die het nodig vinden met andere wezens te communiceren. We leren chimpansees met enig succes onze gebarentaal en symbolentaal. We leren dolfijnen symbolen te herkennen, zij schijnen in staat te zijn driedimensionale objecten aan abstracte begrippen te koppelen, en er wordt zelfs beweerd dat zij menselijke grammatica begrijpen. We leren paarden te tellen. Maar, weten wij daarmee ook hoe die dieren onderling communiceren? Zijn we daarmee in staat hun communicatie te begrijpen en het om te zetten in die van ons?
Hooguit bewijzen we hoe intelligent die dieren zijn (of, afhankelijk van je uitgangspunt, hoe dom wijzelf zijn) door aan te tonen dat zij onze communicatiemiddelen kunnen begrijpen. Als die dieren het zelf zo nodig hadden gevonden om met ons te communiceren, konden zij dus onze communicatiemiddelen gebruiken. Ze zijn er tenslotte intelligent genoeg voor. Daar de meeste dieren dit niet doen, ligt het voor de hand te veronderstellen dat zij er geen reden toe hebben.
Als we de vorige alinea bestuderen, zouden we kunnen concluderen, dat we ons best moeten doen buitenaardse wezens onze taalvormen aan te leren. Waarschijnlijk hebben zij meer succes onze taal te leren, dan wij die van hun. Terwijl wij de taal van dolfijnen niet begrijpen, schijnen zij geen moeite te hebben die van ons toe te passen.
Maar misschien moeten we het eenvoudiger aanpakken. Misschien moeten we eerst gaan proberen de taal van de dieren om ons heen te leren, en deze te gebruiken om met hen te praten, voordat we gaan proberen te communiceren met wezens die niet eens op die van onze aarde hoeven te lijken.
Zie ook:
Contact: omegajunior at omegajunior punt net.