Officiële Taal

Leven - OmegaJunior.Net

Bookmark and Share

Onderstaand vindt u twee artikelen. Het eerste is een brief van mij aan het Genootschap Onze Taal. Het tweede is hun reactie op mijn brief. Het behandelt vragen omtrent het begrip "officiële" taal. Ik heb de beleefdheidsvormen voor het gemak weggelaten.

Mijn brief, noch het antwoord, zijn bij mijn weten in het magazine "Onze Taal" gepubliceerd.

A.E.Veltstra
Oktober 1997

Brief, d.d. 14 oktober 1997 aan het Genootschap Onze Taal.

We bleken, op de universiteit, tijdens een onderwijsbijeenkomst, opeens verwikkeld in een discussie over de officieelheid van taal, aangezwengeld door de aan mij gestelde vraag: "Is dat wel een officieel woord?", waarop ik aan de vraagsteller vroeg: "Wat is dat, een officieel woord?". De vraagsteller had het idee opgevat dat er een orgaan is, dat de macht en het recht heeft, de gebruikers van (in ons geval de Nederlandse) taal, te dwingen, slechts één bepaald gebruik van welk woord te bezigen. Dit orgaan zou de macht en het recht hebben, te bepalen welke woorden gebruikt worden in welke situaties, hoe deze woorden gespeld moeten worden, en op welke manieren zij vervoegd kunnen worden.

Ik heb moeite gehad om de vraagsteller van de eigenaardigheid van het idee te overtuigen. Ik heb ook moeite gehad mij in te leven in dat idee, proberend te begrijpen hoe het tot stand kon komen. We hebben een "Woordenlijst Nederlandse taal", een in 1995 of 1996 door de Nederlandse overheid goedgekeurde spelvorm. De overheid heeft verklaard deze spelvorm te bezigen in haar officiële documenten, en te laten onderrichten in de door de overheid aangestelde onderwijsinstituten. Er is, in Nederland, nauwelijks discussie geweest, over de vraag, of een politieke overheid wel het recht en de macht heeft, te bepalen welke spelvorm gebezigd moet worden. Wanneer ik de vorige uitgave van "Onze Taal" juist heb begrepen, is deze discussie wel gevoerd in Duitsland en België.

Nu houd ikzelf de opvatting erop na, dat een gebruikte taal constant verandert, dat er dagelijks woorden worden gecreëerd, dat er oude woorden worden gebruikt in nieuwe situaties, dat spelling verandert, en dat er niemand, maar dan ook niemand is, die eenzijdig mag bepalen dat "oecologisch" in het vervolg als "ekologies" geschreven moet worden. Taal is een set van onbewuste afspraken, die pas bewust worden, wanneer gebruikers elkaar niet begrijpen, en met alle taalhulpmiddelen om zich heen moeten grijpen, teneinde verwarring te voorkomen. Met deze overwegingen in mijn achterhoofd kan ik de volgende beweringen uiten:



Waarschijnlijk heeft onze overheid dezelfde bedenkingen geuit. Waarschijnlijk is het daarom dat de "Woordenlijst Nederlandse taal" niet heet: "officiële Woordenlijst Nederlandse taal". Waarschijnlijk is het daarom dat slechts de besluiten tot het samenstellen van de Woordenlijst en de publicatie ervan "officieel" zijn. Daarom staat er in de Woordenlijst: "Taal leeft en maakt voortdurend nieuwe ontwikkelingen door. De Woordenlijst van de Nederlandse taal dient aan die ontwikkelingen recht te doen. Daarom zak voortaan elke tien jaar een geactualiseerde versie van de Woordenlijst verschijnen. (...) Op die manier zal de Woordenlijst in de toekomst dicht blijven aansluiten bij het levend taalgebruik." (Woordenlijst Nederlandse taal (1995) p.8, 9).

En toch, vind ik het dan vreemd, dat er, in diezelfde uitgave, ook de volgende zin te lezen is: "In de oude Woordenlijst ontbraken tal van woorden die in de afgelopen vijftig jaar de taal zijn binnengekomen zonder dat de schrijfwijze ervan officieel was vastgesteld." (Woordelijst Nederlandse taal (1995) p.7) [cursiv. AEV]. Blijkbaar vindt het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, dat er zowel wèl als géén officiële taal is. Wat moet ik nu antwoorden als mij opnieuw de vraag wordt gesteld: "Is dat wel een officieel woord?" ?


Antwoord van het Genootschap Onze Taal d.d. 30 oktober 1997, kenmerk TAD/1400/RdB

In uw brief van 14 oktober jongstleden legt u ons enkele opmerkingen over de 'officiële' spelling van woorden voor, waar ik hieronder graag op inga.

Er geldt in Nederland een officieel Spellingbesluit. Er is afgesproken één woordenlijst als spellingnorm aan te houden, en dat is het Groene Boekje. Het Groene Boekje is enerzijds een afspiegeling van wat er in de taalgemeenschap leeft (kranten en tijdschriften vormen immers de bron voor de Woordenlijst èn voor alle woordenboeken), anderzijds hebben deskundigen geprobeerd regels op te stellen waarmee de taalgebruiker spellingproblemen (zoals de tussen-n) kan oplossen. Deze regels leiden soms tot spellingwijzen waar de taalgemeenschap aan moet wennen (zoals smartengeld en gedachtewisseling).

Geen enkele woordenlijst en geen enkel woordenboek kunnen alle mogelijke woorden van het Nederlands opnemen. Het aantal mogelijk te vormen woorden in het Nederlands is namelijk oneindig. Als een woord 'welgevormd' is, dat wil zeggen gevormd volgens de woordvormingsprincipes van het Nederlands, mag het gebruikt worden. Elke moedertaalspreker weet onbewust wat er mogelijk is in zijn taal. Zo weet iedere Nederlander dat 'taalingsmogelijkheden' geen goed woord is, en 'taalmogelijkheden' wel, al zullen we deze laatste samenstelling in geen enkel woordenboek aantreffen.

De passage op bladzijde 7 van het Groene Boekje ("In de oude woordenlijst ontbraken tal van woorden die in de afgelopen vijftig jaar de taal zijn binnengekomen zonder dat de schrijfwijze ervan officieel was vastgesteld") is inderdaad niet zo gelukkig. Het laatste woord (vastgesteld) kan beter veranderd worden in vastgelegd. Want dat is wat het Groene Boekje beoogt: 'een' schrijfwijze van woorden vastleggen om de spellingeenheid te bevorderen.

Als iemand u de vraag stelt of iets "een officieel woord is", dan kunt u alleen maar antwoorden dat er geen 'officiële woorden' bestaan. U kunt wel aanbieden in het Groene Boekje op te zoeken of er een officiële norm is voor de spelling ervan. Als het woord daar niet in voorkomt, kunt u in de driedelige Van Dale, die zo'n honderddertigduizend woorden meer bevat dan het Groene Boekje, en in de vakwoordenboeken nagaan of het woord toch enigszins gebruikelijk is in de taalgemeenschap, en in welke spelling het dan voorkomt. Als u het woord helemaal nergens aantreft, dan kunt u nagaan of het als een goed Nederlands woord klinkt, en of u gemakkelijk betekenis kunt toekennen aan het woord. Als dat laatste het geval is, is er niets op het woord aan te merken.

Alleen ambtenaren, leraren en hun leerlingen zijn verplicht zich aan de officiële spelling te houden; verder staat iedereen vrij om de spelling van het Groene Boekje te laten voor wat zij is. Er bestaat geen 'taalpolitie' die mogelijke 'overtreders' van het Spellingbesluit een boete kan opleggen. In de praktijk houden de meeste taalgebruikers zich echter aan de officiële woordenlijst.

U merkt het: wij zijn het met al uw beweringen eens. Het deed ons erg goed een brief te lezen van iemand met zulke genuanceerde gedachten over normen en taal. Wellicht is het aardig voor u te weten dat Walter Haeseryn (in de reeks Voorzetten van de Nederlandse Taalunie (nummer 8, 1987)) de brochure Normen en taal heeft geschreven. U kunt Normen en taal misschien nog bestellen via de Nederlandse Taalunie (telefoon 070 - 346 95 48).

De redactie heeft uw brief ook in haar bezit. Als zij besluit (delen van) uw brief in Onze Taal te publiceren, dan zult u daarover binnenkort bericht ontvangen.

Zie ook:

Contact: omegajunior at omegajunior punt net.