A.E.Veltstra
28/09/2002
Is u al eens opgevallen, hoe iemand te werk gaat, als hij voor het eerst een nieuw potje moet openen? Als hij dat potje voor het eerst in zijn handen heeft, en dus nog niet uitgeprobeerd heeft hoeveel kracht hij moet zetten om dat potje te openen? Hebt u al eens opgelet welke stadia doorlopen worden? Stadia van krachtzetten?
Ik wel.
Dit artikel zal eerst een beschrijving geven van de observaties, en daarna proberen daar enige verklaring voor te geven. Ik ben geen fysioloog, geen medicus. Ik ben niet eens natuurkundig onderlegd. Ik observeer graag.
Observaties
Ik zag een man op het werk. Hij had een blikje fris gekocht, en begon deze open te maken. Hij heeft dat al vaker gedaan. Hij plantte een nagel onder het lipje en trok zonder vertraging het lipje omhoog. Blikje open.
Ik zag een jongen in het winkelcentrum. Ook hij had een blikje fris gekocht. Ik wist uiteraard niet of dit de eerste keer was dat hij een blikje fris probeerde te openen, maar hij deed voorzichtig. Ook hij schoof een nagel onder het lipje, en trok langzaam. Hij voegde heel langzaam steeds meer kracht toe. Hoewel de gebruikte kracht niet veel was, vertrok zijn gezicht van inspanning. Hij trok zijn neus en bovenlip op en fronste zijn wenkbrauwen. Hij hield zijn adem in. Uiteindelijk had hij genoeg kracht gezet. Blikje open. De jongen ademde uit, ontspande, en liep weg.
Ik zag een oude vrouw, bezig met een nieuwe pot mosterd. De pot was van glas, met een metalen schroefdeksel. Ze nam de pot in haar linkerhand, en de deksel in de rechter, tussen duim en middelvinger (onderhandse greep: duwen met de vingers). Ze begon met weinig kracht, voorzichtig. De deksel ging niet open. Ze zette meer kracht, spande langzaam de spieren van haar onder- en bovenarmen. Spande vervolgens de schouder- en nekspieren, en de spieren in haar gezicht. Zuchtend van inspanning gaf ze op. Ze gaf de pot aan een oude man die naast haar zat.
De oude man nam de pot ook in zijn linkerhand. De deksel kwam in de rechterhand, in een bovenhandse greep: de duim links van de deksel, de handpalm over de deksel heen, de vingers rechts naar beneden. Als nu gedraaid wordt, wordt er door de vingers getrokken in plaats van geduwd. De bovenhandse greep heeft meer wrijving en zou makkelijker zijn met vasthouden en openen, maar is wel meer belastend voor de duim. De oude man zette direct al zijn kracht in, spieren aangespannen van vingers tot aan gezicht. Lippen op elkaar gedrukt, ogen samengeknepen. Hij liet los, zette opnieuw aan, en liet weer los.
Toen nam hij een flessenopener. Hij plaatste deze op de rand van de deksel en trok de opener voorzichtig omhoog. Hij probeerde het vacuüm in de pot te verbreken. Nu verliep de krachtzetting gelijk aan die van de vrouw: van weinig kracht naar steeds meer. Hij wachtte waarschijnlijk op de "plop" die normaal hoorbaar is als het vacuüm verbroken wordt. Toen die na enige tijd niet volgde, werd de opener weggelegd, en de poging het deksel open te draaien hervat. Dit keer ging het zonder moeite.
Ik zag een man met een plexiglas adreskistje. Het kistje bestond uit twee gelijke helften, twee bakjes die met de open kant tegen elkaar bevestigd waren. De ene zijde had scharnieren, de andere een sluiting. Hij nam het kistje in zijn handen: de ene hand onder, de ander boven, beide duimen naar hemzelf gericht, evenals de sluiting. Hij wisselde kracht af tussen de duimen, het plexiglas naar binnen duwend. Ook hier was het duidelijk dat er, heel langzaam, heel voorzichtig, kracht werd toegevoegd. Uiteindelijk had de man voldoende kracht gezet. De sluiting gaf mee en het kistje ging open. De man deed het kistje dicht en probeerde het opnieuw. Tot drie keer toe.
Verklaring
Het lijkt erop dat we bij nieuwe dingen voorzichtig willen zijn. We schijnen te weten dat we zo sterk zijn, dat we zaken kapot kunnen drukken. In het geval van de mosterdpot lijkt het dat we snappen, dat het verlies van grip zou kunnen betekenen dat de pot op de grond valt en breekt. Bij het blikje zou er de angst voor spuitend frisdrank mee kunnen spelen.
Bij nieuwe dingen proberen we vervolgens de toegepaste kracht met kleine beetjes toe te laten nemen, tegelijkertijd oplettend hoe het voorwerp reageert. Breekt het, scheurt het, gaat het open of blijft het dicht? Het toevoegen van kracht gebeurt door steeds meer spieren te gebruiken. We beginnen bij de vingers, dan de hele hand, de onderarm, de bovenarm, schouder en nek. Naarmate we dichter bij de nek komen, vertekent ook het gezicht.
Tegelijkertijd zetten we spanning op de longen. We halen adem en duwen die met kracht naar buiten, terwijl keel en mond de uitademing tegenhouden. Misschien is dit een onbewuste poging meer zuurstof in het bloed te pompen. Gevolg is, dat we nog meer kracht kunnen zetten, het gezicht meer vertekent en rood aanloopt.
Als het voorwerp uiteindelijk meegeeft, ontspannen we. We ademen uit, soms in een zucht, het bloed loopt terug waar het zijn moet en stimuleren de vermoeide spieren.
Het bijzondere is, dat dit zowel gebeurt bij dingen die moeilijk opengaan, als bij makkelijk te openen dingen. Naarmate we minder van de dingen weten, en angstiger zijn voor mogelijke gevolgen, neemt de voorzichtigheid toe. Als het ding er sterk uitziet, zijn we eerder geneigd grote kracht toe te passen. Als het ding er breekbaar uitziet, nemen we meer tijd en gaan we langzamer te werk.
Ik durf zelfs te beweren, dat het openen van een breekbaar uitziend ding meer geestelijke inspanning vraagt dan een sterk uitziend ding. Dit zou tot gevolg hebben dat we ons bij het breekbare ding lichamelijk relatief meer inspannen dan bij het sterke ding, hoe tegenstrijdig dit ook mag klinken.
Let zelf eens op hoe u tewerk gaat, als u een nieuwe verpakking opent.