Magie



Afleiding

"...en op het juiste moment leid je het publiek af..."
Een frase, hol maar waar, die in veel truukbeschrijvingen voorkomt. Waarom vind je deze zin nooit in een beschrijving van een podiumshow? Het antwoord is even simpel als doeltreffend: de podiumartiest heeft de hele show als afleiding.

De afleiding waar dit essay zich op richt, betreft het tafelgoochelen en het straatgoochelen. Beide hebben een ander afleidingspatroon nodig, omdat beide situaties enorm van elkaar verschillen. We beginnen met het tafelgoochelen.

Bij het tafelgoochelen kan de goochelaar op twee manieren te werk gaan. De ene keer werkt de goochelaar in een restaurant of soortgelijke gelegenheid, waarbij van tafel naar tafel gewandeld wordt om de mensen magische momenten te laten beleven. De afleiding hier bestaat uit de mensen zelf. Praat met de mensen, over hun haar, hun kleding, opvallende kenmerken. Praat over het weer, of vertel hen het laatste nieuws. Het mooiste echter is het roddelen over mensen die niet aan de tafel zitten waar op dat moment gegoocheld wordt, maar aan een vorige tafel, of aan de tafel ernaast. De goochelaar wijst op de inrichting, op de aankleding, op eigen ervaringen in soortgelijke of juist heel andere omgevingen. Deze tafelgoochelaar heeft nooit gebrek aan afleiding.

Een andere tafelgoochelaar werkt bijvoorbeeld aan een vaste kraam op een markt. De toeschouwers kunnen niet anders dan hun aandacht richten op de goochelaar en diens attributen. Daarom dienen de goochelaarsattributen in perfecte staat te zijn, precies mooi genoeg of juist precies lelijk genoeg om aantrekkelijk te zijn. Bij attributen geldt eigenlijk maar een kenmerk: ze moeten buitengewoon zijn. Buitengewoon afstotelijk of buitengewoon aanlokkelijk, dat maakt niet uit. Hier wordt een duidelijk verschil gemaakt tussen de objecten die het onderwerp van de opvoering zijn (doekjes, balletjes, kaarten, doosjes) en de attributen die de opvoering verlevendigen (kokers, kistjes, matjes, glazen, schalen). De objecten waarmee de daadwerkelijke truuk wordt uitgevoerd, dienen er zo normaal mogelijk uit te zien. Deze tegenstelling tussen object en attribuut is op zich al een afleiding.

  1. De kraamgoochelaar
  2. De straatgoochelaar
  3. Algemene opmerkingen