Magie



Afleiding

De straatgoochelaar
De straatgoochelaar zou er het makkelijkst vanaf komen, ware het niet dat de goochelaar zich niet met attributen kan omringen. De artiest moet zich beperken tot spullen die in een tas passen, en heel dicht bij de belevingswereld van de toeschouwer(s) staan. Dit betekent dat de straatgoochelaar enkel kan wijzen op de omgeving, op de mensen die er lopen, op de wolken in de lucht, op de winkels langs de weg. Relaties tussen toeschouwers kunnen gespreksstof opleveren, evenals insinuaties naar die relaties. De kleding van de goochelaar kan afleidend zijn, bijvoorbeeld omdat de goochelaar er niet uitziet als een goochelaar (hoe ziet een goochelaar eruit? Zie het essay Goochelpersonagen). De straatgoochelaar kan niet even met de andere lichaamszijde naar voren draaien, nee, alle handelingen dienen onder de neus van de toeschouwer te worden uitgevoerd. Dan kan de straatgoochelaar de aandacht bewust naar een lichaamsdeel trekken (bijvoorbeeld naar de ogen, om te tonen dat zij gesloten zijn), zodat het de toeschouwer niet opvalt dat een van de handen de truuk voltooidt. Een sprekend voorbeeld hier is de goochelaar die de ogen sluit, drie vingers in de lucht steekt en raadt hoeveel vingers er zijn opgestoken. Dit is lachwekkend genoeg om af te leiden.

Algemene opmerkingen
Inleiding, de tafelgoochelaar